sudwestfryslan 

Sinds 2005 behoort Zuidwest Fryslân tot een van de twintig Nationale Landschappen van Nederland. De IJsselmeerkust, de Gaasterlandse bossen, het kleigebied en het veengebied met de Friese meren vormen een bijzonder landschap. Het Nationale Landschap strekt zich uit van Lemmer, Joure, Sneek via Bolsward naar de afsluitdijk en verder langs de hele IJsselmeerkust. Het landschap beslaat vier gebieden, dit zijn: het kleigebied, het veengebied, de stuwwallenlandschap en de IJsselmeerkust.

Het Stuwwallenlandschap

Het landschap heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld door de natuur en door de mens. Rond 130000 voor Chr., de een na laatste ijstijd is het stuwwallenlandschap ontstaan. Het ijs dat vanuit het noorden Nederland binnen schoof, duwde stenen en puin voor zich uit. Door de enorme kracht rimpelde het landschap. Deze rimpelingen heten keileembulten. De verhogingen die op deze manier zijn ontstaan worden ook wel stuwwallen genoemd, die soms wel 12 meter hoog konden worden. Toen het klimaat warmer werd, smolt het ijs en trok het zich terug. Door de harde stormen die toen woedde kwam er een laag zand op het land terecht. Dit zand vormde een dunnen laag en op de plaatsen waar kuilen waren ontstaan werden deze grotendeels gevuld met zand. De temperatuur bleef laag, grote bomen konden er dus niet groeien. Zuidwest Friesland heeft het uiterlijk van een toendra landschap. Grote stenen die door het ijs werden meegenomen zijn blijven liggen. Wanneer het warmer wordt beginnen er wel bomen te groeien en zo ontstaan er bossen. Nu vestigen de eerste boeren zich in dit gebied. Bossen worden gekapt en het land wordt voor het eerst gebruikt door de boeren. In de middeleeuwen ontstaan er langzaamaan essen door het stapelen van vruchtbare plaggen en mest. Daaromheen vormden zich de dorpen Koudum, Warns, Hemelum en Oudemirdum.

Het veengebied en de meren

Om landbouw te kunnen bedrijven op de veengebieden werden er met de hand talloze slootjes gegraven haaks op de veenstromen. Wanneer de zee door de duinenrij breekt, loopt het land onder water. Dan trekt de zee zich terug en laat een laagje klei achter. Vervolgens overstroomt het land door regen. Dit water kan moeilijk weg en zo ontstaat op de drassige grond veen. Deze cyclus herhaalt zich steeds, eb, vloed en regen, en zo ontstaat er een enorme veen bult. Deze bult bestaat uit veen en dunne lagen klei. Dit dikke pakket veen bedekt bijna heel Zuidwest Friesland met uitzondering van de toppen die in het uiterste zuiden van de stuwwallen liggen. Door heel veel sloten te graven wordt het veen ontgonnen voor landbouw en wordt het ook bewoonbaar gemaakt. Zo is in de loop der eeuwen de langwerpige verkaveling structuren ontstaan, die nu nog steeds te herkennen zijn in het landschap. Door de vele sloten die gegraven werden liep het water weg en daalde het veen. De veengebieden kwamen zo veel lager te liggen en liepen uiteindelijk helemaal onder water. Toen de harde wind ook nog grote stukken veen wegsloeg ontstonden de meren zoals we die nu kennen.

Het kleigebied

Dit gebied is langzaamaan ontstaan. De zee overspoelde het veen en liet daar een laag zeeklei achter. Om iets te doen aan de regelmatige overstromingen begon men terpen te bouwen. Rond 800 na Christus is het terpen gebied in noord Nederland het meest dicht bevolkte gebied van Nederland. In het gebied onder Bolsward worden dijken om de kwelders aangelegd om de zee tegen te houden. Niet alleen de zee is een bedreiging, ook het zoete water uit het zuiden is gevaarlijk. Daar is het veengebied ingeklonken en zo verplaatste de wateroverlast zich. Om het land te beschermen tegen het water werden overal hemdijken gebouwd. Het gebied is via de zee goed te bereiken. Door het uitgebreide waternetwerk werden de steden Workum en Bolsward zeer welvarend, even als Hindeloopen en Stavoren die langs de IJsselmeerkust liggen.

De IJsselmeerkust

Deze kust strekt zich van Makkum langs Hindeloopen en Stavoren naar Lemmer. Dit is geen geïsoleerd landschap, want het sluit aan met het kleigebied. Toen het land tussen Noord Holland en Friesland doorbrak ontstond in de loop van de 12e eeuw de Zuiderzee. Op de scheidslijn tussen het land en het water ontstonden in het zuiden, door de combinatie van de getijden, de stroming en de harde stormen tegen de keileem de kliffen. De ruwe zee spoelde de bodemlaag weg en gooide deze meer landinwaarts weer neer, de nieuwe kustlijn. Toen in het begin van de 20e eeuw de afsluitdijk werd aangelegd, verdween de Zuiderzee en ontstond het IJsselmeer. Het tij bestaat nu niet meer en de visserij krimpt dan ook zeer sterk. De natuur lijkt nu geen invloed meer te hebben op de kustlijn. Maar voor hoe lang blijft de vraag.

De natuur in!

In de Zuidwesthoek zijn tal van uitkijkposten waar de mooiste vogels en andere dieren gespot worden in het wild. Naast wilde natuur kent de Zuidwesthoek ook twee Heemparken. De parken in Oudemirdum en Heeg zijn kunstmatige omheinde landschappen met veel inheemse wilde flora en fauna. Beide parken beschikken over een bezoekerscentrum waar informatie over de natuur te verkrijgen is. Heempark Heeg is een van de grootste heemparken van Nederland, het park beslaat zo’n 12 hectare en altijd toegankelijk. De heemtuin in Oudemirdum is alleen toegankelijk tijdens de openingstijden.